Basenji

Hier vindt u Basenji Fokkers, Rasbeschrijving, adressen, Foto's en Basenji Puppies Heeft u vragen of opmerkingen schrijf dan een e-mail aan info@nl.animals-online.info
Help ons Helpen! bekijk(klik) de banner hierboven.

 

Algemeen

BASENJI

Land van herkomst: Engeland (Centraal-Afrika, Congo)



  Korte geschiedenis van het ras

Aan de oorsprong van dit ras staat een Schensihond uit het Kwangodistrict in Congo. De honden deden in de dorpen dienst als bewakers en schoonmakers, maar ze werden ook voor de jacht gebruikt. Ze werden tevens gebruikt om moerasratten uit te roeien, een soort grote, enge ratten die wel 8 a 10 kilo konden wegen. Hun beet was voor mensen gevaarlijk. In 1895 werden twee Basenji's naar Engeland gebracht, maar die werden weldra ziek en stierven. Pas in 1937 werd het ras herontdekt, waarna het bekendheid verwierf in Engeland. Iets later werd het ras in de Verenigde Staten geintroduceerd door import zowel uit Engeland als direct uit het land van herkomst. Het ras kon zich moeilijk aan het noordelijke klimaat aanpassen vooral vanwege de gevoeligheid voor ziekte en de dunne vacht. Tegenwoordig zijn die problemen opgelost en is het ras in veel landen te vinden. Kenmerkend voor het ras is dat de hond niet blaft, maar een jankend, piepend, soms jodelachtig geluid maakt.


  Rasbeschrijving

De Basenji moet licht gebouwd zijn, met fijne botten en een aristocratisch uiterlijk.

Hoofd: vlakke schedel, gematigd breed, smaller wordend naar de neus, nauwelijks gemarkeerde stop. De snuit is iets korter dan de schedel. Strakke wangen. Als hij zijn oren spitst, ontstaan er fijne en overvloedige rimpels op het voorhoofd. Plooien aan de zijkant van het hoofd zijn gewenst, doch niet overdreven. Zwarte neusspiegel.

Ogen: amandelvormig, schuin geplaatst, donker, tamelijk ondoorgrondelijke uitdrukking.

Oren: klein, spits, rechtopstaand, iets bol en naar voren hellend, dun en hoog aangezet.

Gebit: schaargebit.

Hals: krachtig, goed gewelfd, vrij lang.

Lichaam: evenredig, met korte, rechte rug, diepe en ovale borstkas, opgetrokken buiklijn.

Ledematen: goed naar achteren liggende schouders, goed aansluitende ellebogen, smalle voorborst. Rechte voorbenen met fijne botten, zeer lange opperarmen, lange en rechte maar veerkrachtige middenvoeten. Korte lendenpartij, sterke achterbenen met lage sprongen,  evenwijdig. Matige hoeking van knie- en spronggewricht.

Voeten: klein, ovaal, compact, dikke voetzolen.

Staart: hoog aangezet zodat de achterhand achter de staartaanzet doorloopt. Wordt strak gekruld over de rug gedragen en rust dicht tegen de heup aan, enkel of dubbel gekruld.

Vacht: kort, glanzend, aanliggend met fijne structuur. Soepele huid.

Kleur: helder rood, zuiver zwart of zwart met roestbruine aftekeningen, altijd met witte voeten, witte borstvlek en witte staartpunt.

Schofthoogte: de ideale hoogte voor een reu is 43 cm, voor een teef 40,5 cm. Een afwijking van ca. 2,5 cm is toegestaan.

 



Het is mogelijk om ook uw kennel of cattery genoemd te krijgen via de aanmeldingspagina.
of schrijf een e-mail aan info@dieren-rassen.nl of info@nl.animals-online.info.