Algemeen
MUDI
Land van herkomst: Hongarije
Korte geschiedenis van het ras
Het ras is aan het eind van de negentiende eeuw spontaan ontstaan uit de
Hongaarse herdershonden. Hij werd als jachthond gebruikt, vooral voor de jacht
op wilde zwijnen, maar ook als herdershond voor groot vee en als waakhond in het
algemeen. Hij is levendig, energiek en niet bang.
Rasbeschrijving
De Mudi is een middelgrote hond.
Hoofd: lang, met een licht gewelfde schedel, matig uitgesproken
wenkbrauwen en stop, rechte neusrug, smalle neusspiegel, droge lippen.
Ogen: ovaal, schuin gesteld, donkerbruin.
Oren: hoog aangezet, rechtopstaand, spits en zeer beweeglijk.
Gebit: schaargebit.
Hals: hoog aangezet, matig lang, licht gewelfd, gespierd.
Lichaam: uitgesproken schoft, korte,rechte rug, matig lange lendenen,
ovale borstkas, opgetrokken buiklijn, korte croupe, iets hellend en matig breed.
Uitgesproken voorborst, diepe en lange borstkas.
Ledematen: zowel voor als achter tamelijk open gehoekt, moet in stand
veel bodem bedekken.
Voeten: rond, gesloten, met veerkrachtige voetzolen.
Gangwerk: snel, trippelend, vloeiend in galop.
Staart: matig hoog aangezet, onder de ruglijn gedragen, tamelijk kort.
Vacht: gepigmenteerde huid, zwarte neusspiegel, leisteenkleurige
voetzolen en nagels. Ca 3-7 cm lange vacht, dicht en krullend of golvend, met
kruinen en kuiven. De lengte varieert voor de verschillende lichaamsdelen.
Kleur: zwart, of wit of zwart-wit gevlekt.
Schofthoogte: 35-47 cm.
|