Algemeen
HANNOVERAANSE SCHWEISZHUND
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het rasDe Hannoveraanse Schweiszhund ontstond als afzonderlijk ras in de jaren dertig van de negentiende eeuw door kruising van verschillende lichte Duitse brakkenrassen met de Sollingbrak, de Haidbrak en een braktype uit de Harz. Het ras wordt vooral gebruikt als speurhond voor aangeschoten wild. Het zware hoofd doet nogal denken aan dat van de Sint-Hubertushonden.
Rasbeschrijving
De Hannoveraanse Schweiszhund is middelmatig groot, krachtig gebouwd, tamelijk laag en langgerekt.
Hoofd: middelgroot, met een brede schedel en licht gewelfde bovenschedel. Onopvallende achterhoofdsknobbel en stop. De neusrug is licht gewelfd of bijna recht, met een brede neusspiegel, die bij voorkeur zwart is, maar ook bruin of rood kan zijn. Hangende lippen met een uitgesproken vouw bij de mondhoeken.
Ogen: helder en vooraan in de kas liggend, maar droog en met een scherpe en energieke uitdrukking.
Oren: tamelijk lang, hoog aangezet, zeer breed, aan de onderkant afgerond en vlak tegen het hoofd gedragen.
Gebit: schaargebit.
Hals: lang en krachtig, met losse keelhuid, maar zonder wam.
Lichaam: langgerekte rug met een brede en iets gewelfde lendenpartij. Hellende croupe. Brede borst met een diepe en lange borstkas, licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goede hoeking van schouder en opperarm, krachtige botten, de voorbenen krachtiger dan de achterbenen. Rechte voorbenen met krachtige spieren. Brede dijen, goed van spieren voorzien, goede hoeking van knie en sprong, evenwijdige achterbenen.
Voeten: hard, rond en gewelfd met sterke voetzolen.
Staart: moet tot de punt van de sprong reiken en een natuurlijke voortzetting van de ruglijn zijn.
Vacht: dicht, vol, glad, glanzend.
Kleur: grijsbruin, roodbruin, roodgeel, okergeel, donkervaalgeel, bruin, zwartdoorvlamd of getijgerd.
Schofthoogte: reu 50-55 cm, teef 48-53 cm.
|